Engels

Op deze pagina vindt u informatie over de lessen in het Engels, die we vanaf januari 2010 geven in de groepen 1 t/m 8.

Op dit moment krijgen alle kinderen les van juf Pip, onze vakleerkracht Engels, die tevens native speaker is. De herhalingsles wordt gegeven door de groepsleerkrachten. De kinderen krijgen 1 1/2 tot 2 uur Engels per week.

De Emmaschool werkt samen met Early Bird Rotterdam en neemt deel aan het Netwerk VVTO Noord Nederland

early bird

Geplaatst april 2015

Tweetaligheid is geen probleem

Sieneke Goorhuis, Orthopedagoog en spraakpatholoog bij Stenden Hogeschool

Foutieve aannames

In het beleid rond jonge kinderen doen een aantal misverstanden de ronde. In een aantal artikelen worden deze foutieve aannames tegen het licht gehouden. In dit artikel wordt besproken of het terecht is dat tweetaligheid als een probleem gezien wordt.

Misverstand: tweetaligheid is een probleem

De eerste vooronderstelling in het huidige beleid rond jonge kinderen is dat tweetaligheid een probleem is. Immers het beleid is ingezet om taalachterstanden bij allochtone kinderen te voorkomen. Nog steeds heerst de opvatting dat tweetaligheid voor kinderen, en dan met name voor kinderen uit lage sociaal-economische milieus, een risico voor taalachterstand is. Deze opvatting is onjuist.

Uitgaande van de neurobiologische processen bij het taallerend kind kunnen we ons baseren op twee wetten vanuit de linguïstiek. In de eerste plaats de wet van Grammont uit het begin van de twintigste eeuw, die luidde: “Indien elke ouder consequent zijn eigen taal blijft spreken tot het kind zijn er geen problemen”. In de tweede plaats de Cummins-hypothese (1981), die luidde:”Wanneer er voldoende expositiemogelijkheid is tot de tweede taal, zal deze tweede taal een beroep doen op het niveau van ontwikkeling van de eerste taal, de moedertaal”. Deze hypothese leidde tot een grote promotie van onderwijs in eigen taal en cultuur. Zowel Grammont als Cummins hebben gelijk, er moet alleen onderscheid gemaakt worden tussen simultane en successieve tweetaligheid, zie tabel 1.
Tabel 1 Simultane en successieve tweetaligheid
Simultane tweetaligheid Successieve tweetaligheid
Twee moedertalen Een tweede taal
0 tot 7 jaar (twee talen tegelijkertijd) Vanaf ongeveer 10 jaar
Overlappende hersenactiviteit Geen overlappende hersenactiviteit
Spontaan ontwikkelingsproces Leerproces vanuit vertalen.

Simultane tweetaligheid

Wanneer kinderen in de eerste zeven jaar van hun leven twee talen enigszins gebalanceerd en in kwalitatief goede interacties aangeboden krijgen, bouwen ze twee taalsystemen op, die beide ook worden vastgelegd in de primair sensorische hersenschors. Het eerste spraak- en taalverwervingsproces, de ontwikkeling van één of twee moedertalen, ontstaat doordat door het taalaanbod vanuit de omgeving hersencellen zich ontwikkelen. Ze gaan verbindingen aan met andere hersencellen en er ontstaan belangrijke functionele hersengebieden die de basis vormen voor taalgebruik. Bij een tweetalige opvoeding overlappen de hersengebieden elkaar. Voor dit proces wordt een kritische en gevoelige leerperiode aangenomen van 0 – 7 jaar.
Mogelijkheden voor een tweetalige opvoeding zijn bijvoorbeeld dat vader de ene taal spreekt en moeder de andere of dat één van beide talen op een bepaald moment op de dag wordt gesproken. Ook kunnen schooltaal en thuistaal onderscheiden zijn.
Onderzoek rond de projecten van Early Bird, waarin binnen kleuterklassen gedurende een paar uur per week Engels met de kinderen wordt gesproeken, hebben aangetoond dat ook deze aanpak effect heeft (Goorhuis & de Bot, 2010).

Successieve tweetaligheid

Wanneer twee talen na elkaar geleerd worden, werkt de opgebouwde taalvaardigheid van de eerste taal (de moedertaal) door in de tweede taal. Er vindt een denk- en vertaalproces plaats vanuit de eerste taal. Naarmate de eerste taal steviger is opgebouwd en er ook bewustzijn is van taalregels, kan de tweede taal beter geleerd worden.
De meeste kinderen hebben ongeveer de periode van hun zesde tot hun twaalfde jaar nodig om zover te komen.
Tweetaligheid bij kinderen hoeft dus geen enkel probleem te vormen wanneer kinderen de twee talen vroeg aangeboden krijgen, tussen 0 en 7 jaar. Voorwaarde hierbij is dat de taal voor het kind gekoppeld wordt aan een bepaalde persoon (vader/moeder), een bepaalde situatie (thuis/school), een bepaald vast moment op de dag binnen het gezinsleven of  een bepaald vast blok binnen een curriculum.
Wil men bijvoorbeeld allochtone kinderen een eerlijke kans op twee moedertalen geven dan zou het een oplossing zijn als thuis de eigen taal wordt gesproken, maar dat de kinderen vanaf twee of drie jaar Nederlandstalige peuterspeelklassen en basisschoolklassen bezoeken. Er is dan een lange periode, binnen de kritische en gevoelige taalleerperiode, waarin de kinderen twee talen naast elkaar kunnen leren.
Evenmin is het een probleem wanneer de tweede taal wordt aangeboden nadat het eerste bewustwordingsproces rond taalregels op gang is gekomen, ongeveer vanaf tien jaar.
Een zesjarig jongetje zoekt samen met zijn  Engelssprekende vader gebakjes uit voor bij de koffie. Ze wonen in een stad waar vanwege een bepaald bedrijf veel Engelssprekende mensen wonen. Hij heeft ook een Engelssprekende moeder, maar al vanaf de peuterklas verkeert hij naast de Engelstalige thuissituatie ook in een Nederlandssprekende omgeving.
Vader: ‘Which one do you want?’
Kind: ‘The yellow one’
Vader: ‘All right, would you please order?
Kind: ‘Mag ik vier bananengebakjes?
Een Nederlandse, en daarmee ook Nederlandssprekend gezin bestaande uit vader, moeder en twee dochters, woont in de Ardennen, waar de kinderen vanaf hun vierde jaar naar en Franssprekende school gaan. Het gezin heeft een huis in Friesland, waar ze alle vakanties doorbrengen. De  kinderen zijn op het moment van observatie vijf en zes jaar oud. De talige situatie is aldus. Met hun ouders spreken de kinderen Nederlands, onderling spreken de kinderen ,vooral als ze samen spelen, Frans en met de speelkameraadjes in Friesland spreken ze Fries.

Conclusie

Samenvattend komt het er op neer dat het onterecht is om aan te nemen dat tweetaligheid een probleem is voor jonge kinderen. Onder de juiste condities is het zeker geen probleem en kan het een gezonde taalontwikkeling juist stimuleren.

Geplaatst juni 2013
De Emmaschool voldoet aan EarlyBirdstandaard voor Vroeg Engels!

Op 18 juni 2013 is de Emmaschool bezocht door de heer Paul Groot, visiteur van EarlyBird en grondlegger van Vroeg Engels op de basisschool in Nederland, voor een visitatie van ons programma Vroeg Engels (VVTO-E) in de groepen 1 t/m 8.

De volgende componenten zijn daarbij uitvoerig tegen het licht gehouden: Beleid en organisatie (visie, planning, deskundigheid) en inrichting van het onderwijs (aankleding lokaal, materialen, onderwijstijd, ononderbroken leerlijn, leerlingvolgsysteem, internationalisering en omgevingsfactoren). Voorafgaand hadden we onze beleidsdocumenten toegestuurd, zodat op de dag zelf er voldoende tijd was voor klassenbezoeken en gesprekken met directie, leerkrachten en leerlingen.
Op basis van de bevindingen tijdens de visitatie hebben we het predikaat ‘EarlyBirdschool’ met een drie-sterren-beoordeling gekregen. We voldoen daarmee als eerste school in Noord-Nederland aan de hoge standaard voor Vroeg Vreemdetalenonderwijs. Dit mogen we tot uiting brengen in het aanbrengen van een fraai gevelbord

We ontvingen het visiatie-rapport van EarlyBird met o.a. het volgende citaten:

  • Onmiddellijk vallen de kleurige ‘displays’ op met Engelstalige informatie en leerlingenwerk die in alle gangen te vinden zijn. De kleuterafdeling heeft een klein gebouw met een relatief ruime entree waar ook een English atmosphere heerst.
  • De Emmaschool heeft ten aanzien van VVTO een positieve ontwikkeling doorgemaakt en heeft de zaken op dit gebied op orde. De praktijk weerspiegelt hetgeen op papier staat. Ik heb goede lessen gezien met een logische opbouw. De onderwijstijd varieert van ruim 60 tot 90 minuten per week.
  • Er is sprake van een weloverwogen uitwerking van het EB-programma met een degelijke inbedding in het schoolplan en een goede doorgaande lijn
  • Pip, de native speaker, is een waar juweel: door haar grote inzet en energie maakt ze het VVTO tot een feest voor kinderen en collega’s.

Keurmerk Early Bird

Dinsdag 18 juni 2013 heeft het assessment Early Bird op de Emmaschool plaatsgevonden en de auditoren oordeelden positief over de kwaliteit van het Engelstalig onderwijs.

We ontvangen het keurmerk Early Bird en zijn daar erg blij mee. Na de zomervakantie volgt de officiele certificering. In de Early Bird-ranking zijn we nu een drie sterren-school en dat is de hoogst mogeljke kwalificatie.
Er zijn nog een paar aanbevelingen op het gebied van internationaliseren, oefensoftware, coöperatieve werkvormen en toetsen en in de komende jaren gaan we daarmee aan de slag.

Na 3 1/2 jaar hard werken is dit een mooie afsluiting van de eerste periode Engels in de groepen 1 t/m 8. Het is een groot genoegen om te zien hoe snel de kinderen leren en genieten van de Engelse lessen van mrs. Pip en de groepsleerkrachten.

Leuke details zijn dat de musical van groep 8, die in de laatste schoolweek gepland staat, voor een deel in het Engels gespeeld gaat worden en na de zomer gestart wordt met het geven van gymlessen in het Engels voor de hoogste groepen.

 

Vroeg vreemde taal onderwijs Engels op de Emmaschool

Eigenlijk moeten we schrijven over vroeg modern taal onderwijs, want dat toont aan dat er in deze eeuw binnen Europa geen vreemde talen meer bestaan. Je committeren aan de Europese gedachte betekent dat je van de term vreemd af zou moeten stappen, maar dat lijkt op dit moment misschien nog een stap te ver, vandaar de huidige titel, die aansluit bij de gebruikelijke terminologie in Nederland. VVTO komt in vele vormen voor. In veel landen wordt op school een andere taal geleerd dan thuis gesproken wordt. Er zijn officieel meertalige landen (o.a. België, Canada), waar dan ook in twee of meer talen onderwezen wordt. Verder zijn er landen (Zweden) waar een vreemde taal meer aandacht krijgt dan gebruikelijk. Er is een zichtbare tendens binnen Europa dat meer landen (o.a. Polen, Duitsland, Italië, Frankrijk) zich gaan richten op het geven van een Engels in het primair onderwijs. Een tweede taal kan voorwaarde zijn voor maatschappelijk succes. Ook de Onderwijsraad heeft in een advies aan de Tweede Kamer aangegeven dat er in Nederland eigenlijk ook eerder gestart moet worden met het geven van Engels.

In Nederland is ervaring opgedaan met tweetalig onderwijs. In het voortgezet onderwijs sinds 1990 en in het primair onderwijs sinds 1994. In het basisonderwijs geven ruim 300 scholen een vorm van VVTO aan ongeveer 45.000 kinderen. Meer dan 10.000 leerlingen volgen in dit schooljaar TTO (50% Nederlands/50% Engels) in het voortgezet onderwijs. In het wetenschappelijk onderwijs is de beheersing van een tweede taal steeds belangrijker. Universiteiten, hogescholen en middelbare beroepsopleidingen kennen steeds meer programma’s, die alleen in het Engels worden aangeboden.

Op de Emmaschool is een projectgroep, bezig om de invoering zo goed mogelijk voor te bereiden. Daarbij wordt ze begeleid door een medewerker van het Early Bird-project uit Rotterdam. Deze organisatie heeft al een aantal jaren ervaring met het invoeren van Engels op basisscholen. In Rotterdam zijn inmiddels 25 basisscholen die Engelse lessen geven vanaf groep 1. Vanaf de allereerste start heeft Early Bird zich wetenschappelijk laten begeleiden. De professoren Goorhuis-Brouwer en de Bot, respectievelijk hoogleraar spraakpathologie en taalwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, geven advies en voeren een langlopend onderzoek uit naar de effecten van het programma.

Ook met andere wetenschappelijke instituten en opleidingen wordt intensief samengewerkt. De onderzoeksresultaten zijn zonder meer positief te noemen, zowel wat betreft de vorderingen van de leerlingen als de inbedding in het onderwijsprogramma. Middels de samenwerking heeft de Emmaschool toegang tot de resultaten van deze onderzoeken.

Meer informatie over Early Bird kunt u vinden op www.earlybirdie.nl

Voorbereiden en oriënteren op internationale samenleving

Op de Eurotop in Lissabon (2000) hebben regeringsleiders van de EU uitgesproken dat het leren van een tweede taal eerder dan tot nu toe gebruikelijk in het primair onderwijs moet beginnen. Het verdwijnen van de grenzen binnen Europa en de uitbreiding van de communicatiemogelijkheden tonen aan dat Nederlanders niet meer op een “eilandje” zitten. Het is van belang kinderen voor te bereiden op deze veranderende wereld. Taal is een belangrijk transportmiddel voor een adequate communicatie met medemensen. Engels is een belangrijke factor in dit geheel.

Bevorderen (vreemde) taalontwikkeling

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat een vroegtijdige kennismaking met een vreemde taal de beste manier is om deze taal optimaal te leren beheersen. Het spelenderwijs opnemen van de vreemde taal wordt zonder moeite gedaan en kan worden beschouwd als een “cadeautje” in de ontwikkeling van kinderen. Jonge kinderen zijn van nature nieuwsgierig naar nieuwe zaken, zo ook naar een vreemde taal. Indien kinderen op jonge leeftijd in aanraking worden gebracht met een vreemde taal kunnen ze deze accentloos gebruiken.

Daarnaast heeft deze “vreemde taalverwerving” een positieve invloed op de algehele taalontwikkeling. Ook met betrekking tot dyslectische kinderen zou dit, in de ogen van deskundigen, een positieve invloed kunnen hebben. Zie ook: VVTO en dyslexie.

Visie Emmaschool

In de visie, die geformuleerd is door het team, staat onder meer dat de Emmaschool een instelling wil zijn, waar kinderen zich kunnen voorbereiden op deelname aan onze samenleving. Daarnaast wordt in de typering van het onderwijs op de school gesproken over modern-klassikaal onderwijs. Zowel in de visie als de typering past het geven van Engelse lessen vanaf groep 1.

Profilering Emmaschool

Ook in de profilering van de school binnen Assen heeft VVTO positieve mogelijkheden. Als basisschool met VVTO wordt er iets anders geboden dan andere openbare basisscholen in de regio. Mede hierdoor kunnen de teruglopende prognoses mogelijk een halt toegeroepen worden. Misschien kan de school nog iets groeien. Bij andere scholen die met VVTO begonnen zijn is er sprake van lichte groei.

Tweetalig onderwijs: leuk en afwisselend

Mede door de internationale oriëntatie en mogelijke contacten met andere scholen kunnen er activiteiten gepland worden. Het Engelstalige onderwijs betekent dat er ook tegemoet gekomen kan worden aan behoeften van kinderen door een verdergaande differentiatie in de leerstof.

Tweetalige kinderen Emmaschool

Een kleine groep kinderen van onze school krijgt een tweetalige (al dan niet Engels) opvoeding. Tevens zijn er kinderen, die vanuit hun achtergronden (o.a. wonen in het buitenland) een tweede taal spreken. Ook heeft een groep kinderen contacten met anderstalige kinderen vanuit de thuissituatie.

Engelstalige opleiding of studie

Op sommige scholen in het voortgezet onderwijs wordt een deel van de vakken in het Engels gegeven. Daarnaast zijn er veel studieboeken in het MBO, HBO en op universiteiten gebruikt worden, geschreven in de Engelse taal. Voor een leerling is het een groot voordeel als het gewend is in een andere taal te communiceren. Tevens wordt nu al op grote schaal gebruikt gemaakt van Engelse begrippen in de computerlessen, zodat kinderen er veelvuldig mee in aanraking komen. Kinderen worden beter voorbereid op een toekomstige studie of carrière in een internationaal georiënteerde samenleving.

Tweetalig onderwijs op de Emmaschool

Play a game, sing a song, learn a rhyme and have a lot of fun. Op de Emmaschool kun je vanaf je vierde jaar ook Engels leren.

Engels is sinds 1985 een verplicht vak op de basisschool vanaf groep 7, maar op obs Emmaschool in Assen wordt sinds twee jaar Engels gegeven aan kinderen vanaf groep 1. “Inmiddels hebben de kinderen een aardig woordje Engels geleerd. Kinderen begrijpen alle instructies en kunnen al in goede zinnen spreken”, aldus directeur Han Sijbring. “Er is voor Engels gekozen, omdat jonge kinderen het vermogen hebben om spelenderwijs talen op te pikken. In het spontane leerproces hoeven de kinderen geen extra moeite te doen om te leren. Daarnaast leven we natuurlijk in een maatschappij, waarin Engels steeds belangrijk wordt. Denk maar aan televisie, computer en internet. We zijn van mening dat het vroegtijdig aanbieden van Engels positieve effecten kan hebben. Kinderen moeten in hun leven zo veel mogelijk kansen krijgen en daarom is het belangrijk dat ze nu al gewend raken aan een grotere wereld”.

Op de Emmaschool krijgen alle kinderen wekelijks een uur Engelse les. Alle groepen krijgen drie kwartier les van Mrs. Pip Broad, een native speaker, die lange tijd heeft gewerkt in het internationale basisonderwijs. Ze geeft op een leuke en interactieve manier haar lessen, waardoor kinderen snel geïnspireerd en betrokken raken. Er wordt aangesloten op thema’s, die op school behandeld worden, zoals holidays, seasons and Santa Claus. Er worden onder andere liedjes gezongen, spelletjes gedaan, rijmpjes geleerd en veel bewogen.

Daarnaast wordt voor oudere groepen aangesloten bij actuele thema’s , zoals bijvoorbeeld ‘skipping ‘ in het voorjaar of het wereldkampioenschap rugby, waar Nieuw Zeeland, het thuisland van Pip Broad, winnaar werd. De kinderen van de oudste groepen sloten de lessenserie af met een flashmob op het schoolplein waar een traditionele Nieuw Zeelandse haka werd uitgevoerd. Iedere week worden de herhalingslessen in spreekvaardigheid en taaloefeningen door de meesters en juffen van de groepen gegeven, zodat het geleerde beter wordt onthouden.

De Emmaschool sluit aan bij het programma van Early Bird, die scholen begeleidt en monitort bij het geven van Engels. Zij hebben een doorgaande leerlijn ontwikkeld, die gebruikt wordt. Zo wordt er vanaf groep 5 gestart met het leren lezen en schrijven in het Engels. Uit onderzoek blijkt dat de leesprestaties in de vreemde taal vergelijkbaar is met de prestaties in het Nederlands. Dyslectische kinderen halen veel zelfvertrouwen uit het spreken van Engels, zodat ze met een ruime voorsprong naar het voortgezet onderwijs toe gaan.

Op dit moment wordt bekeken hoe een deel van een ander vak in het Engels geven zou kunnen worden, zoals bijvoorbeeld geschiedenis of handvaardigheid. Met een groep ‘Native Speakers’, die 1 uur per week les krijgen van Pip, wordt dit al gedaan. Na het maken van ‘balloon powered cars’ gaan de kinderen verder met en studie over Issac Newton. Ook gaat de Emmaschool op zoek naar contacten met kinderen in het buitenland.

Han Sijbring: “Je merkt dat jonge kinderen weinig moeite hoeven doen voor het opnemen van een andere taal en daarom zijn we er ook mee begonnen en zijn de Engelse lessen op de Emmaschool erg succesvol”.


Onderzoek naar effect Engelstalig onderwijs

Engelse les aan kleuters tast niveau Nederlands niet aan

Vier- en vijfjarigen zijn prima in staat om Engels te leren. Dat blijkt uit een onderzoek naar de effectiviteit van vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) Engels op de basisschool en de invloed daarvan op de Nederlandse taalvaardigheid van leerlingen. Uit het onderzoek dat op verzoek van minister Marja van Bijsterveldt eind 2009 is gestart, blijkt dat leerlingen een hoger niveau voor Engels halen en het Nederlands op peil blijft. De universiteiten van Groningen en Utrecht voeren dit onderzoeksproject ‘the Foreign Languages in Primary school Project’ (FLiPP) gezamenlijk uit, in samenwerking met het Europees Platform – internationaliseren in onderwijs.

Volgens de eerste resultaten van het onderzoek, waarvan de eindresultaten eind 2012 worden opgeleverd, leiden de lessen Engels vanaf groep 1 logischerwijs tot een hoger niveau Engels dan bij kinderen die geen Engels krijgen. Zowel de leerlingen die Engelse lessen volgen, als de leerlingen die geen Engels krijgen, presteren voor de Nederlandse woordenschat conform de leeftijdsnormen. De resultaten zijn tot stand gekomen door zowel de vorderingen van de kleuters met Engels te meten als de Nederlandse taalvaardigheid. De onderzoekers hebben hiervoor een aantal testen afgenomen, waarbij de taalvaardigheid van de kinderen op een speelse manier gemeten werd.

Onlangs heeft minister Marja van Bijsterveldt aangegeven vvto een warm hart toe te dragen: “Met vroeg vreemdetalenonderwijs investeren we in de toekomst van de huidige generatie leerlingen; een toekomst die meer en meer internationaal georiënteerd zal zijn.” Zij heeft de Tweede Kamer beloofd om eind 2012 met een plan van aanpak te komen. Dit plan van aanpak is onder andere van belang voor de aansluiting op het voortgezet onderwijs.

Dankzij vvto verlaten tienduizenden leerlingen met een flinke Engelse taalvaardigheid en internationaal bewustzijn de basisschool. Door de sterke groei in het aantal scholen dat al vanaf de kleutergroepen Engels aanbiedt (van 37 scholen in 2004 naar ruim 500 in 2012), is het noodzakelijk dat het voortgezet onderwijs hierop inspringt. Op de pabo dient men ook extra aandacht te besteden aan vvto Engels en de bijbehorende vakdidactiek. Want alleen op deze manier komt men op een verantwoorde manier tegemoet aan de veelgehoorde vraag: “Juf, wanneer gaan we weer Engels doen?

bron: Eurpees Platform, Internationaliseren in het onderwijs


Engels op de basisschool heeft zin!

UTRECHT – Meer basisscholen zouden moeten overgaan tot het geven van lessen Engels. Jonge kinderen blijken goed in staat die taal te leren en ze kunnen zo makkelijker aansluiten op het voortgezet onderwijs.

Dat blijkt uit onderzoek van de universiteiten van Utrecht en Groningen en het Europese platform ‘internationaliseren in onderwijs’. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gaf de opdracht voor het onderzoek.

Basisschoolleerlingen die meer dan 60 minuten per week Engels krijgen van een leerkracht met een hoog taalvaardigheidsniveau, halen aanzienlijk betere resultaten dan kinderen die minder dan 60 minuten per week Engels krijgen van een docent met een gemiddeld niveau, zo is vastgesteld. Volgens de onderzoekers blijkt dat kinderen de taal op vroege leeftijd op kunnen pakken. Ze zeggen dat het belangrijk is te investeren in tijd en ook in het taalvaardigheidsniveau van de leerkracht.

Het ministerie van Onderwijs gebruikt de resultaten uit het onderzoek voor een plan van aanpak dat op dit moment wordt gemaakt ter verbetering van het Engels in het primair onderwijs en op de Pabo’s (lerarenopleidingen). En het is ook bedoeld om de stap naar de middelbare school kleiner te maken.

Het aantal scholen dat vanaf de kleuterklas Engels geeft, is opgelopen van 37 scholen in 2004 naar zo’n 700 scholen in 2012. (bron RTV Utrecht)

Back to Top